Poems


STRAND

Meteen gaan ze naar huis.
Er wordt
geen woord gezegd.
De twee lagen te zonnen, toen de man een opmerking maakte
die zijn dagje strand duur kwam te staan.
Dit had hij nooit gewild.
De zee is kalm vandaag. Kus vandaag.
Ik kijk de twee na, de vrouw driftig gebarend
naar haar man.
Iets over geld, een lichaam en waarom alles altijd hetzelfde is.
De man haalt onbegrepen zijn schouders op.
Hij denkt na over dat wat ooit was.
Zoals toen hij net uit huis ging en oncologie ging studeren. En nu
heeft hij die verterende ziekte zelf gekregen en is hij, tot ongenoegen van zijn vrouw,
met de korrels van het zand de laatste die daar moeite mee heeft.

(from Woensdagse Regen, 2017 F. Paisley)

 


HOOGSLAPER

Onder de dekens bewegen zijn tenen.

Ze trekken de stuipen uit zijn dromen. Verkering met het vluchten.

Telkens schieten de bloemen op de het dekbed omhoog en naar beneden. Kraters, heuvels, kraters, heuvels. Ergernis is zijn grootste vijand.

Een schop in de nacht of een preek bij het ontbijt. Het zijn regels. Je mag niet stuiptrekken. Als een vlinder met van die grote ogen op de rug, rustig dalen op het blad maar niemand laten schrikken. Oh nee. In de nacht.

Er klinken diepe kreunen van misschien wel duizend zuchten. En eentje die langer is dan de ander. Dat moment, dat ene woensdagse moment dat krakeelt in de ochtend. Dat hij het heeft gedaan. Gisteren was alles rustig. De klimop was snel gegroeid over het huis. Snoeien deed niks meer. Verkering met het vluchten. Onder zijn dekens, over de kraters rent hij de leegte tegemoet en begint het wenen.

(from Woensdagse Regen, 2017 F. Paisley)


 OERKREET

De zon ging onder in zijn hoofd. Opnieuw. Zijn nek bewoog niet. Vroeger hadden er misschien nog lichtjes ontstoken in zijn ogen, maar ook deze zijn gaan slapen zonder een welterusten. Een ellenlang siësta in duizend en één nacht.

(from Woensdagse Regen, 2017 F. Paisley)


ZWAARTEKRACHT

Preuts als de ochtend, die zich zelfverzekerder voelt naarmate de dag vordert en ’s avonds koning is, schuif ik het dekbed van je warme, naakte lichaam.

Ik vraag je of je ontbijt op bed wil, met eieren, spek en jus ‘d orange, omdat ik weet dat jij dat het lekkerst vindt.

Je kruipt tegen mijn borst en zegt niets, langzaam wakker wordend uit je dromen over zomer.

Je knijpt met je ogen naar het streepje licht dat naar binnenvalt als een laserpen die lesgeeft over de realiteit dat de nacht voorbij is. Je kent het. Je kent mij.

Je kust mijn nek en gaat rechtop zitten, ik achter je, snuffelend door je haren. Ik herhaal mijn vraag. Of je eieren wil, met spek en jus ‘d orange. Omdat ik weet dat jij dat het lekkerst vindt. Ontbijt op bed wil je niet, terwijl ik het heerlijk vind. De immigrante gedachte; een vreemdeling.

Ontbijt op bed wil je niet want dat geeft kruimels.  Ik weet het, en toch probeer ik het. Je bent voorspelbaar maar toch niet voorspelbaar genoeg om het niet te proberen.

(from Woensdagse Regen, 2017 F. Paisley)


LIANEN

Feest mij, breng mij
Repeteer mijn toneelstuk elke keer weer tot je zeker weet dat hij goed is
Af is. Klaar is.
Onderweg is naar iets dat zekerheid heet.
Wals er maar overheen als jij dat nodig vindt
Hak af wat onnodig er aan groeit als een tumor.
Je mag alles met mij doen.
Maar wat nou als ik dan nog steeds niet goed ben
Af ben. Klaar ben.
Nergens ben.
Zoals een Jezus met sokken in zijn sandalen,
zelfverzekerd predikend over dingen die hij diep vanbinnen ook niet snapt.
Zie jij mij dan nog wel staan?
Nog steeds diezelfde bladeren aan de boom of knip jij ze één voor één af?
Een changement zonder decor
Ik vertel je niet dat ik van je houd, want dat weet je al.
Ik vertel je wel dat als je voor mij kiest,
Ik je nooit meer laat gaan.

(from Jezus met sokken in sandalen, F. Paisley)

 


ROEKELOOS ZWART

Vloek maar. Tier maar. Verzamel maar.
Je woede
Enorme woede. Ja gewoon omdat dat kan.
Niemand die daar iets van zegt.
Nee, niemand.
Ik ook niet.
Waarom zou ik?
Ik ben toch ook gewoon een lul?
Ja, ik tier ook.
Ik verzamel het.
Mijn woede
Enorme woede
Niemand die daar iets van zegt
Nee, niemand.
Jij ook niet.

(from Woensdagse Regen, 2017 F. Paisley)